De laatste ‘Gewitterböen’ verlaten Norderney als de wekker ons veel te vroeg wakker maakt. Met de slaap in de ogen verlaten wij om zes uur de haven. Het water is nog onrustig en met de wind in de rug waggelt de boot heen en weer.
Onze trouwe autopiloot, die naar de naam ‘Rikske Fiske’ luistert, weigert plotseling dienst. De schipper neemt het roer in eigen handen. “Het drijfriempje is eraf gelopen” zegt hij tegen Le Chef. “’k zol ‘t eens bekijken” klinkt het antwoord. Le Chef verdwijnt met Rikske in de boot. “Knal boem” de werkkoffer komt tevoorschijn. “’t wieleke leit deraf” is de diagnose van Le Chef. “Er zit een reparatiesetje in de schuif” roept de schipper boven wind en golven uit. Le Chef gaat op zoek naar het setje.
Feitelijk is het een schande. De schipper kent het euvel al een tijdje, maar heeft nog niet de tijd genomen om er überhaupt iets aan te doen. “knal boen” gevolgd door gegrommel. Nu verschijnen er overmaatse schroevendraaiers, tangen, enz… Rikske ligt ontdaan van zijn exoskelet, open en bloot op de navigatietafel. Kookpotten komen te voorschijn, damp komt uit de kombuis. De schipper kijkt angstig naar de horizon, want in de boot durft hij niet te zien. “Bang, bing, bong” en andere geluiden komen uit de boot. Arme Rikske toch.
De Waggel ligt haast een Waddeneiland verder. “Na, da zou ’t moeten doen” zegt Le Chef. Rikske komt te voorschijn, hij ziet er weer helemaal normaal uit. De schipper wacht tot het water rustiger wordt en zet Rikske aan het werk. Als wij om 18.00 uur Cuxhaven bereiken is Rikske weer de stuurman van dienst, dankzij de goede zorgen van Le Chef.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten