29 juli 2014

Doorheen de Grote Belt

De Grote Belt is landschappelijk de tegenpool van de Kleine Belt. Daar waar de laatste een geborgenheid heeft van een grote slingerende rivier tussen groene lage heuvel is de Grote Belt gewoonweg de zee.  Als  wij verder zuidswaarts varen langsheen de lage kust van Funen lukt het ons niet  de kust van Seeland aan de overzijde te onderscheiden. Wel domineren de pijlers van de Oostelijke Grote Beltbrug de zuidelijke horizon.

Bij het ontwerpen van de Grote Beltbrug heeft men handig gebruik gemaakt van het centraal tussen Funen met Seeland gelegen eilandje Sprøgø. Op die wijze maakte men een  verbinding die uit verschillende bruggen en een tunnel bestaat. Voor het wegverkeer is er een westelijke pijlerbrug en een oostelijke hangbrug met een doorvaarthoogte van respectievelijk 16 en  65 meter.  Voor het spoorverkeer is er een westelijke pijlerbrug, die als tweeling naast de wegbrug gebouwd is en een oostelijke tunnel.  Wij kiezen, omdat dit handiger is op onze route, om onder de westelijke bruggen door te varen.

Wij zeilen verder tot de haven van Lundeborg, een gezellig vissershaventje met een kleine jachthaven als uitbreiding. Ondanks dat het amper 14 uur is, heerst er reeds een behoorlijke drukte. De havenmeester wijst ons een plaatst toe in het oude havenkommetje langsheen een Duits jacht.  Op de kade staan wat oude huizen en ruwe bakstenen loodsen. Daaronder staan kraampjes met voeding en  prullaria waartussen een massa gezellig zijn weg zoekt. “Snel de kant op voor een biertje en een ijsje” denkt de Waggelcrew.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten