De Grote
Belt is landschappelijk de tegenpool van de Kleine Belt. Daar waar de laatste een
geborgenheid heeft van een grote slingerende rivier tussen groene lage heuvel is
de Grote Belt gewoonweg de zee. Als wij verder zuidswaarts varen langsheen de lage
kust van Funen lukt het ons niet de kust
van Seeland aan de overzijde te onderscheiden. Wel domineren de pijlers van de
Oostelijke Grote Beltbrug de zuidelijke horizon.
Bij het
ontwerpen van de Grote Beltbrug heeft men handig gebruik gemaakt van het
centraal tussen Funen met Seeland gelegen eilandje Sprøgø. Op die wijze maakte
men een verbinding die uit verschillende
bruggen en een tunnel bestaat. Voor het wegverkeer is er een westelijke pijlerbrug
en een oostelijke hangbrug met een doorvaarthoogte van respectievelijk 16 en 65 meter. Voor het spoorverkeer is er een westelijke pijlerbrug,
die als tweeling naast de wegbrug gebouwd is en een oostelijke tunnel. Wij kiezen, omdat dit handiger is op onze
route, om onder de westelijke bruggen door te varen.
Wij zeilen
verder tot de haven van Lundeborg, een gezellig vissershaventje met een kleine
jachthaven als uitbreiding. Ondanks dat het amper 14 uur is, heerst er reeds
een behoorlijke drukte. De havenmeester wijst ons een plaatst toe in het oude
havenkommetje langsheen een Duits jacht.
Op de kade staan wat oude huizen en ruwe bakstenen loodsen. Daaronder
staan kraampjes met voeding en prullaria
waartussen een massa gezellig zijn weg zoekt. “Snel de kant op voor een biertje
en een ijsje” denkt de Waggelcrew.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten