Het is hoogzomer in Denemarken. Wanneer de wekker om zes uur zijn liedje zingt is de zon reeds haar opwarmwerk begonnen. De wind is zwak uit het oosten en de eerste Denen verlaten reeds de haven. Lang laten wij niet op ons wachten en dra verlaten wij Ebeltoft voor de gebruikelijke Deense 'voormiddag-zeil-dag'. De terugkeer naar Colijnsplaat is gestart in de gebruikelijke Waggelstijl, wat ons de garantie geeft dat wij nog lang niet terug zijn.
Het Tommekeszeil gaat omhoog en wij gaan over de Århusbucht naar Hou. Een aantal zandbanken en eilanden zorgen ervoor dat wij regelmatig een andere koers moeten varen. Voor de halfwinder wil dat zeggen dat zij langs de andere zijde van het schip moet gevoerd worden. Bij de Waggel wil dat zeggen zeil neerhalen, lijnen verleggen en opnieuw hijsen.
In Hou verplichten onze muitertjes Mr Fletcher en de Verkenner de schipper weer tot platte 'voet'rust en starten met de organisatie van een 'Deense barbecue'. Echter het weer is nu minder aangenaam geworden, een sterke noordenwind voert dreigende wolken aan en in de verte valt er een bui. "Wat krijgen wij nu?" vraagt Mr Fletchter zich af; de Verkenner is te druk bezig met haar tablet om er aandacht aan te schenken; doch de schipper zwijgt, want hij weet wie er morgen komt....

Geen opmerkingen:
Een reactie posten