"Vaar maar uit, Verkenner." Met die woorden van de
schipper start ik de motor van mijn klein rood rubberbootje en geef gas
richting de kant. Eenmaal aangekomen moet ik wringen om een plaatsje te
bemachtigen tussen de tientallen bijbootjes van andere jachten. Die anderen liggen net zoals wij aan meerboeien
binnen de beschutting van de havenmuur.
Het eiland Alderney is niet helemaal zoals ik verwacht had:
ik dacht dat het daar leeg en stil zou zijn, met alleen maar natuur. Maar in feite
was er niet zo een gebrek aan beschaving. Dit eiland is minder mondain,
rustiger en minder druk als de andere eilanden. Niet zoals in Guernsey, waar het zelf in de haven wringen was.
Alderney heeft twee 'steden', één daarvan is een grote
woonwijk aan het strand, genaamd Braye, met vlakbij de haven een winkeltje, een
restaurant, een hotel en een pub genaamd 'Divers Inn'. Die laatste klaarblijkelijk
nogal belangrijk op Alderney. De andere 'stad' is de hoofdplaats: St. Anne. Dit dorp bestaat uit één grote
hoofdstraat, waar alles te doen is, daarrond ongeveer vier á vijf 'grote'
straten, niet super dus. Deze 'steden' liggen aan de kant van het eiland waar
de haven is, de andere kant is natuurgebied, misschien was dat wel ongeveer wat
ik ervan verwacht had.
Het eiland ziet er vooral rustig en vredig uit, en er is
duidelijk niet veel criminaliteit vermits vele auto's er met vensters open
geparkeerd staan.
Het is wel jammer dat er in de haven veel lawaai van
bedrijvigheid is, ze zijn daar iets aan het bouwen, of misschien wel gewoon
onderhoud. Het voornaamste lawaai komt van het uitladen van alle containers die
per boot worden gebracht om het eiland te bevoorraden.
Alderney heeft een relatief goede indruk op mij gemaakt,
hoewel het niet volgens mijn verwachtingen was. Ik vond het vooral leuk omdat
ik met de rubberboot mocht rondvaren.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten