Het is al avond wanneer wij doorheen de sluis van het Eidersperrwerk varen. Het is laagwater en doorheen de spuisluizen kunnen wij het buitendeel van het estuarium van de Eider zien.
Drie uur geleden begonnen wij om doorheen het wad de Eidergeul richting kust te volgen. Eerst was het gewoon een lijn boeien op zee, nadien slingerden wij tussen de zandbanken, ten slotte kwamen de stranden. Voorbij het sperrwerk gaat het doorheen modderige banken en hoge dijken.
Onze recente elektronische en papieren kaarten zijn niet meer correct, alleen boeien wijzen ons de weg. Wij zien hoe de rivier de oever abrupt afvreet en wat verder gladjes opbouwt. Nog steeds varen wij tegenstroom, ondanks dat het water zeer langzaam stijgt.
Rond twintig uur bereiken wij Tönning. Het haventje kan de Waggel nog niet binnenvaren, er staat niet genoeg water. Wij leggen aan langszij een rondvaartboot aan de buitenkade. De nacht valt en het water stijgt. Om middernacht maken wij los en varen onder het schijnsel van straatlantaarns het kleine haventje binnen. Wij kunnen naar bed.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten