Amsterdam achter ons latend varen wij het Noordzeekanaal op. Er staat een sterke wind met grijze regen. Wij lopen een grote oude oranje reddingssloep op. Plotseling een doordringende geur van verbrand rubber. De Verkenner duikt naar binnen. "Niet van ons" roept ze. De Waggel vaart de oranje sloep, omgeven door blauwe rook, voorbij. Zijn schipper zwaait naar ons.
Nu de sloep geen vaart meer maakt, wordt hij door de sterke zuidenwind naar de oeverstenen geduwd. "Kunnen jullie mij slepen" roept de oranje schipper ons toe. N° One schiet in actie.
Een lijn komt tussen de sloep en het achterschip van de Waggel. Het Gele Beest draait rustig, de Waggel vaart tegen drie knopen van de oever weg. Wij slepen de sloep tot het zijkanaal naar Nauwerna. Verder kan het voor ons niet. Een bereidwillige sportvisser neemt de sloep van ons over. Een zwaai en wij versnellen richting zijkanaal C.
Wij varen nog door tot de noordelijke stadsrand van Haarlem. In de haven van de 'Haarlemsche Jachtclub' vinden wij een plaats. Een nieuwe crisis: wij zitten zonder koffie! N° One en de Verkenner lenen fietsen en gaan winkelen. De scheepsvoorraad worden voor een laatste maal aangevuld.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten