Zoals gepland heeft Tante ons deze morgen verlaten. Vanop de steiger wuift zij nog een keer naar de vertrekkende Waggel, dan hop naar het station vanwaar de SNCF haar naar Brussel zal brengen.
N˚One en de schipper varen verder naar Le Havre. Over de tocht ga ik niets vertellen (idem aan de vorige dagen = motor + niets). Maar Le Havre zelf wordt in mijn ogen toch door veel mensen verkeerdelijk misprijst als grauw, beton en ongezellig. Een beetje de Franse versie van een DDR-stad. Spijtig, want ze is een bezoek waard.
Hoe komt Le Havre aan zijn huidig centrum? Wel, in de 2de Wereldoorlog werd Le Havre een 'festung' binnen de Duitse Atlantikwall. Toen de Britten in september 1944 de stad in handen kregen was het een puinhoop. Meer dan 5000 burgers waren gedood en 80.000 waren dakloos. Na de oorlog werd Le Havre herbouwd tot een moderne stad onder leiding van Auguste Perret. Hij maakte gebruik van eigentijdse materialen en geprefabriceerde elementen. Perret ontwierp ook de voor zijn bouwstijl karakteristieke kerk Saint-Joseph, een indrukwekkend bouwwerk van gewapend beton, met een 106 m hoge, achthoekige klokkentoren. De kerk heeft een fascinerend interieur, mede door de grote hoogte en door de veelkleurige vensterramen die voor een diffuse lichtval zorgen. Le Havre werd in 2005 door UNESCO tot Werelderfgoed verklaard.
Op de foto zie je de binnenzijde van de kerk Saint-Joseph. Je kijkt recht omhoog in de binnenzijde van de toren naar het plafond ruim 100 meter boven het altaar.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten