Wij meren af aan een betonnen steiger. Het haventjes is een dump, een bidonville, onbeschrijfelijk. Gebouwd in de communistische tijd is het duidelijk voorbij zijn vervaldatum. De gebouwen zijn versleten. Op het terrein staan kriskras, tussen het hoge gras, aftandse jachten. In de havenkom drijft een amalgaam van bootjes die ondanks de inspanningen van hun eigenaars nooit een schoonheidsprijs zullen winnen. Het havenkantoor is gesloten en faciliteiten vinden wij niet.
Via een olifantenpaadje en een opening in het hekwerk bereiken wij het dorp. Alles is verstild. In de schaduw van de vele bomen staan wat winkeltjes, een telefooncel en een kerk met houten toren. Wij lopen terug naar de hoofdingang van de zeilschool. Het hekken is dicht. Myriam rammelt eraan. Uit een hokje komt een klein oud ventje gebogen onze richting uit en laat ons binnen. Ik bedank hem in het Engels en krijg een Pools antwoord. Hij verstaat mij niet en ik hem niet.
Het terrein is warempel bewaakt. Later zoek ik op het internet het hoe en waarom uit. De zeilschool is nog in gebruik, maar kent een sluimerend bestaan. In samenwerking met de stad Police en met steun van de Europese Unie hoopt men alles in zijn oude glorie te herstellen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten