11 augustus 2014

Weibeesten

De geur en klank die mijn inziens bij zeilen hoort is deze van een getijhaven. Het heeft wat weg van mossels met vis en het wordt overstemd door het niet aflatend gekrijs van meeuwen. Deze laatsten kunnen het overigens ook niet nalaten om af en toe de boot te bestoken met hun uitwerpselen. Maar zo hoort het en zo is het in Zeeland, de Vlaamse kust en zelfs in Denemarken, al missen ze daar wel het getij.

Doch op de Groningse en Friese wateren is dat niet zo. Hier wordt het sfeerbeeld bepaald door koeien. Je hoort ze, je ziet ze en vooral je riekt ze. Hoog op de dijk staan ze te grazen en als ze dat niet doen dan staan ze je dwaas herkauwend aan te kijken.

Het hele landschap is in functie van de koe geschapen. Weiden als zomerverblijf, boerderijen als winterverblijf. Tractors, melkwagens en de 4X4 voertuigen van de servicebedrijven rijden heen en weer om het deze weibeesten naar hun zin te maken. Hoe is het zover kunnen komen dat de koe hier de dominante soort is? Gelukkig, bedenk ik mij, vliegen ze niet rond. Ik zou er niet aan willen denken met wat ze mijn boot zouden bestoken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten