06 augustus 2014

2/3 Duitse bocht

De terugkeer door de Duitse Bocht is het moeilijkste of beter vervelendste deel van een tocht naar de Oostzee. Vooreerst is de afstand tussen Cuxhaven en Norderney, de eerstvolgende haven waar een diepstekend jacht kan aanleggen,  is iets meer dan 60 mijl. Die afstand tegen de heersende westenwinden opkruisen met een kleine gezinsbemanning is niet werkbaar. Het is dus wachten in Cuxhaven op gunstige wind, hetgeen soms dagen kan duren. Dan is er de 15 mijl lange Elbemonding die bij wind tegen stroom snel veranderd in een woelig water met steile golven , wat geen pretje is. Ten slotte vaar je langs de zeezijde van de Waddenzee. Een keten van liefelijke eilanden met daartussen zeegaten waar je bij zwaar weer best weg blijft.

Maar de Waggel heeft geluk. Vandaag staat er een aangename zuidenwind, die deze avond naar het westen zal draaien en toenemen. In de Elbe staan de stroom en wind mee, bij de oversteek van de Weser- en Jadegeulen is er haast geen scheepvaart. Pas als wij de eerste Waddeneilanden bereiken gaat de stroom tegen zitten. Nu gaat het langzamer, wij zetten de motor bij om voor het draaien van de wind Norderney te bereiken. Het lukt, pas als wij de overvolle haven binnen varen  loopt de wind om en nadien komen de eerste buien. Gelukkig zitten wij dan, als late klanten, reeds in het restaurant.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten