Wij gaan de staande mastroute op. Het Gele Beest duwt de Waggel van Oosterschelde naar Hollands Diep. De Plète en de Poëet krijgen de kans om ruim te oefenen met aanleggen aan wachtsteigers en sluiswanden.
Naarmate wij het binnenland binnen varen, wordt het broeierig heet. Alleen de varenswind brengt verkoeling. Wanneer wij aanleggen in de stadsgracht, die is omgebouwd tot jachthaven, is de zon verdwenen, maar neemt de vochtige warmte toe.
Het is te warm om aan boord te koken. Wij zoeken een restaurant op in het stadje. Met het eten komen ook de onweersbuien. Met de koffie komt de langverwachte koelte.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten