Wij hebben de Oostzee bereikt. Punt aan de lijn. Want meer hebben wij ook niet. Hoe was dat mogelijk? Met 33 vaardagen en 13 verwaaidagen schoren wij niet zo slecht. Maar zeven weken geeft te weinig speelruimte als de tocht om allerlei redenen vertraagt.
Zo waren in de Duitse Bocht de perioden met gunstig weer voor een sprong van en naar de Elbe schaars. De terugkeer is zelfs vroeger gebeurd als gepland, want na ons werd de deur voor twee weken gesloten. Neem daarbij nog wat technische probleempjes en het wordt maar niets op de Oostzee.
Laten wij niet te negatief kijken, er zijn ook positieve kanten aan Oostzee IV. Dankzij het mindere weer heeft Waggel III meermaals haar zeewaardigheid kunnen aantonen. De nieuwe boegschroef is een pluspunt, zeker in nauwere havens en bij veel wind. Het nieuwe maindropsysteem heeft haar waarde bewezen, De tijd die buiten de kuip moet doorgebracht worden bij het hijsen en strijken van de zeilen is behoorlijk korter. Alleen het reefsysteem van het grootzeil kan beter.
Wat bemanning betreft is alles goed verlopen. De wissels, bevoorrading, enz.... gingen vlot. De kookprinsen hebben zich weer uitgeleefd in de kombuis en ondermeer dankzij de uitbreiding van de koelruimte was er steeds voldoende vers eten en frisse drank. Spijtig dat de zeegang er af en toe voor zorgde dat de maaltijden weleens vroegtijdig visvoer werden.
Oostzee IV is uiteindelijk de tocht die niet geworden is wat de schipper ervan verwacht had. Maar dat neemt niet weg dat het op veel vlakken wel een leerzame tocht geweest. Voor de toekomst is het nu wel duidelijk: willen wij een Kerstman II tocht ondernemen dan zal de Duitse bocht vermeden moeten worden en de Waggel overwinteren in het noorden van Duitsland.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten