Ik denk dat de Noordzee geflatteerd is met de blogtekst van gisteren. Hoe moeilijk het ook was om naar ginder te varen, des te eenvoudiger was het om terug naar hier te varen.
Het schemert als wij om vijf uur de Elbe opvaren. Achter ons verdwijnt de regen die de hele nacht de boot gespoeld heeft. Voor ons lonkt een bleke ochtendhemel. Het is wat ruw, want wind en stoom staan tegen elkaar. Maar weldra laat de wind het afweten en stromen wij op een rustige Elbe naar buiten.
De Weser en de Jade zijn rustig. Geen wind en al evenmin scheepvaart. Het grote loodsstationsschip 'Weser' ligt werkloos te drijven. De loodsboot 'Wangeroog' vaart wat doelloos rondjes over het vlakke water. Wij gaan ondanks de tegenstroom snel over deze belangrijke scheepvaartroutes heen.
Bij de Oost-Friese Waddeneilanden komt de oostenwind opzetten. De genua komt tevoorschijn. Het duurt niet lang voor de wind in kracht toeneemt en wij met een mooie snelheid op het eiland Norderney afstevenen.
Ons doel is Norddeich. Maar door onze snelle rit komen wij op laag water aan bij de toegangsgeul. Wij moeten nog een uurtje wachten. Dus gaan wij even de haven van Norderney binnen. Vermoedelijk is hier geen plaats, maar proberen kan nooit kwaad. Jawel, de haven zit vol.
Wij varen wat traag rond om de tijd te doden. Wanneer wij besluiten om verder te varen verlaat een motorjacht zijn box. Myriam roept vanuit de boeg wat naar de schipper. Wonderbaarlijk, de man is een vast ligplaatshouder die een weekje op vakantie vertrekt. Zijn box is vrij. Even later ligt de Waggel er te drijven. Het is vijf uur en wij zijn weer aan deze zijde van de Duitse Bocht.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten