Begin oktober gaat de Waggel in Zierikzee op de kant. Wij zetten er vroeg een punt achter en gaan de zomer achterna richting Italië.
Het zit ons mee. Zomers gaan wij over de Alpen de Povlakte in. Wij schuiven doorheen de laars en blijven de omslag naar herfstweer voor. In Napels heerst een hete wind, in de camper houdt de Airco het leefbaar. Het uitzicht op de Vesuvius trilt in de warmte. De volgende ochtend is het voorbij. De regen valt met emmers naar beneden. In de noordenwind wordt het amper twintig graden. De standkachel houdt koude en vocht buiten. De herfst heeft ons ingehaald.
Twee weken zomer hebben wij gestolen. Myriam neemt in Rome het vliegtuig naar huis. De schipper start de rit naar het noorden, de koude, het donkere, de winter.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten