Nu de Waggel geen kant meer op kan is hij de laatste die ik had verwacht. Maar dan was er die zomerstorm die harder uitpakte dan de weermensen voorspelden. Vervolgens kwam er een gekende geur van zwavel. Ik besefte het, den Duvel zat op de Waggel."Mooie caravan schipper" roept hij mij toe. "Ruime bedden en warm stromend water, 't Is hier luxe hoor" ratelt hij verder. "Wat kom je hier zoeken" vraag ik hem geërgerd. "Sportduiken" klonk het. "Jij?" vraag ik verbaasd. "Water blust wel het vuur hé" maak ik smalend mijn opmerking af.
Maar den Duvel zou den Duvel niet zijn als hij hierop geen antwoord heeft. Hij zit warempel in een blauwgrijs droogpak waar geen druppel vocht in komt. Op z'n rug hangen niet één, maar twee flessen perslucht om het vuur brandend te houden. Met grote vinnen en een glazen masker is hij onherkenbaar wanneer hij onder water verdwijnt. Grote gasbellen komen aan de oppervlakte. Dan wordt alles stil.
Wanneer de Nederlandse kranten de dagen nadien melden dat er oranje slierten in het zeerwater zijn, dan weet ik het. Vergeet die Zeevonk, het is gewoon zwavel dat komt boven drijven.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten