De zware buien die de ochtend vergezellen maken snel plaats voor een blauwe hemel waarin vette witte wolken door de wind worden voortgestuwd. De Waggel verlaat Boskoop en vaart terug de Staande Mastroute op.Het gaat door kleine steden en langs diepe polderweiden. De ene brug klapt snel open, bij een andere is het even drijven alvorens wij erdoor kunnen. Het moeilijkste deel, het Spaarne doorheen Haarlem, bereiken wij tegen het vieruurtje. Het valt mee, het konvooi bestaat amper uit 4 jachten voorafgegaan door een grote zeilklipper. Tegen de avond bereiken wij het 'naamloos zijkanaal' uit Bodewijn De Groot's liedje over het Spaarne, de stroom die ooit het Haarlemmer Meer verbond met de zee.
Opvallend is dat er maar af en toe een bootje langs vaart met Oranje mensen. Maar tegen de avond wordt het stil, zeer stil ... Nederland zit voor de buis. Het lijkt alsof de Waggel het enige schip is op het Noordzeekanaal. Tegen de avond komen de buien terug en het giet als wij in Amsterdam achter een ligplaats zoeken. Overal is het rustig, zouden ze van Mexico verloren hebben? Neen, toch niet ... waar is die Oranjegekte?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten